Wat gebeurt er bij glaucoom?

Als het evenwicht tussen aanmaak en afvoer van kamerwater verstoord is dan kan de oogdruk oplopen.  In theorie zijn er twee mogelijkheden.  Of de aanvoer is verhoogd, of de afvoer is verminderd.  Bij nagenoeg alle vormen van glaucoom is er sprake van een gestoorde afvoer van kamerwater.  Bij de meest voorkomende vorm van glaucoom (het primaire openkamerhoekglaucoom) worden de openingen in het filter voor de afvoerkanalen kleiner.  Hierdoor neemt de weerstand die het kamerwater ondervindt toe en de oogdruk stijgt.  De reden waarom deze openingen kleiner worden is niet bekend.

Alhoewel het probleem met de afvoer van kamerwater zich in het voorste deel van de oog afspeelt, is de verhoogde oogdruk een probleem dat het hele oog betreft.  Deze verhoogde oogdruk is ook aanwezig in het achterste deel van het oog en dit heeft schadelijke gevolgen voor een van de meest gevoelige delen van het oog: de oogzenuw.  Het aantal oogzenuwvezels varieert van individu tot individu, maar bedraagt gemiddeld 1 miljoen.  De oogzenuw heeft voor het normale functioneren een goede bloedtoevoer nodig.  Vandaar dat er vele kleine bloedvaatjes aanwezig zijn in de oogzenuw.

Er zijn meerdere manieren waarop de oogzenuw beschadigd kan raken in geval van glaucoom.  Door een verhoogde oogdruk kan er directe, mechanische schade ontstaan aan de oogzenuwvezels.  De vezels worden als het ware weggedrukt.  Ook kan de verhoogde oogdruk de bloedvaatjes in de oogzenuw dichtdrukken.  Deze bloedvaatjes hebben een bepaalde bloeddruk en kunnen slechts een geringe stijging van de oogdruk weerstaan.  Soms is het zo dat de bloedvaatjes zelf van een matig kwaliteit zijn, bijvoorbeeld omdat er sprake is van langdurig hoge bloeddruk.
Deze ‘verzwakte’ bloedvaatjes zijn waarschijnlijk minder bestand tegen een verhoging van de oogdruk dan gezonde vaatjes.

Soms is de situatie zelfs zo dat er al beschadiging kan optreden bij een normale oogdruk (10-22mmHg).  In dat geval spreken we van het ‘normale – oogdrukglaucoom’.

Het beschadigd raken van de oogzenuwvezels gaat zeer geleidelijk.  Sommige delen van de oogzenuw zijn meer gevoelig voor oogdruk dan andere delen.  Dit heeft tot gevolg dat het patroon veelal herkenbaar is voor een oogarts.

De vroegste defecten bij glaucoom vinden we meestal in het gezichtsveld aan de uiterste neuskant.  Deze defecten worden door de patiënt niet opgemerkt.  Naarmate het glaucoom voortschrijdt zal de gezichtsvelduitval toenemen.  Opvallend daarbij is dat het centrum vaak zeer lang gespaard blijft.  De vezels die de gele vlek verzorgen zijn kennelijk goed bestand tegen verhoogde oogdruk.  Pas als de delen dicht bij het centrum uitvallen, merkt een glaucoompatiënt zelf zijn ziekte op.  Glaucoom treedt in het algemeen op in beide ogen. Soms is het echter het ene oog eerder aangedaan dan de andere.
Het primaire openkamerhoekglaucoom is dan ook een langzaam progressief ziektebeeld, waarbij de patiënt pas in een laat stadium klachten krijgt.  Vooral de afwezigheid van pijnklachten moet hierbij benadrukt worden.  Dit in tegenstelling tot het acute glaucoom.  Daarbij treedt in korte tijd een zeer sterke verhoging van de oogdruk op, wat met pijnklachten in en rondom het oog gepaard gaat.  Daarbij treden ook andere klachten op: een rood oog, wazig zien, gekleurde kringen rondom lichtbronnen zien en zelfs een algeheel gevoel van misselijkheid en braken.