Het opsporen van glaucoom

Omdat de patiënt in het algemeen gedurende lang tijd niet merkt dat hij glaucoom heeft moet deze oogziekte door andere worden ontdekt.

Wanneer een patiënt om welke reden dan ook bij de oogarts komt, dan zal bij de patiënten met een risico op glaucoom naast oogdruk meten ook door middel van oogspiegelen de oogzenuw op glaucoomschade controleren.
Bovendien zal de oogarts tevens de diepte van de voorste oogkamer beoordelen.

Voor een goede opsporing zijn minstens twee onderzoeken nodig:

- Oogdrukmeting, gevolgd door oogspiegeling ter beroordeling van de papil door een oogarts.

- Gezichtsveldonderzoek.