Het onderzoek van glaucoom

Belangrijkste onderzoekmethoden:

  • Oogdrukmeting
  • Oogspiegelen
  • Gezichtsveldonderzoek
  • Gonioscopie


Oogdrukmeting

De wijze waarop de oogdruk gemeten wordt kan in drie hoofdgroepen verdeeld worden.

        1. De applanatiemethode

De belangrijkste en meest betrouwbare methode
Na het geven van een verdovingsdruppel en het aanbrengen van een lichtreflecterende stof wordt een apparaatje op het oog gezet.  Met behulp van blauw licht kan de oogarts de mate van vervorming van het oog beoordelen.

        2. Tonometrie

Dit is een verouderde methode en wordt nog zelden toegepast

        3. Non – contacttonometrie

Dit is een methode waarbij een luchtstraaltje tegen het oog geblazen wordt.
Via een ingewikkelde methode wordt automatisch de vervorming gemeten en daarmee de oogdruk bepaald.
Voor deze methode is geen verdoving noodzakelijk en het oog wordt niet aangeraakt.  Daarom mag deze methode ook door niet artsen toegepast worden.

 

Tonometriedagcurve

De oogdruk is niet de hele dag hetzelfde, maar kan van uur tot uur verschillen.  Bij Beginnend glaucoom kunnen deze schommelingen abnormaal sterk zijn.
Om indruk te krijgen te krijgen van de dagschommelingen van de oogdruk wordt een zogenaamd dagcurve of tonometriedagcurve gemaakt.  Hierbij wordt de oogdruk op verschillende tijden van de dag gemeten.


Oogspiegelen

Met een oogspiegel kan de oogarts de binnenkant van het oog bekijken en in het bijzonder de voorkant van de oogzenuw: de papil.
Om de beoordeling van de papil te vereenvoudigen zullen soms oogdruppels worden gegeven die de pupil verwijderen. Na afloop ziet de patiënt daardoor enige tijd wazig, maar dat is van voorbijgaande aard.  De oogarts kan met behulp van de oogspiegel beoordelen of er een beschadiging van de oogzenuw is opgetreden.  Deze beschadiging uit zich als een zogenaamd excavatie: een uitholling van de oogzenuw op de plek waar zenuwvezels verdwenen zijn.
De mate van de excavatie kan uitgedrukt worden in een getal. 


Gezichtsveldonderzoek

Gezichtsveldonderzoek (perimetrie) kan tegenwoordig al of niet automatisch geschieden.  Het principe is voor beide onderzoekmethoden gelijk.
De patiënt moet tijdens het onderzoek met één oog naar een lichtje in het midden van een bol of een plat vlak kijken, waarbij het andere oog is afgedekt is met een lapje.
De patiënt kijkt strak naar het lichtje in het midden, terwijl op telkens andere plaatsen na elkaar korte lichtflitsen worden aangeboden, waar de patiënt moet op reageren: hij moet op een knopje drukken wanneer hij een lichtflits ziet.  Zo kan het hele gezichtsveld worden onderzocht en men kan constateren of er ergens in het gezichtsveld door glaucoom defecten zijn veroorzaakt.
Gezichtsveldonderzoek is pijnloos, er hoeft niet gedruppeld te worden en het duurt ca 5 min. per oog.


Gonioscopie

Gonioscopie is het beoordelen van de kamerhoek.  Om te kunnen vaststellen of het gaat om een aangeboren glaucoom, een openhoekamerglaucoom of een afgesloten-kamerhoekglaucoom.  Bij deze methode wordt, na verdoving van het hoornvlies met oogdruppels, een speciaal contactglas op het oog gezet en vervolgens met behulp van de microscoop via een spiegel in dit contactglas de kamerhoek worden bekeken.