De oogdruk

De bolle vorm van het oog wordt in stand gehouden door het glasachtig lichaam en doordat het kamerwater een bepaalde druk opbouwt.
In de oogbol zit een hoeveelheid vloeistof, het kamerwater die zorgt voor de af- en aanvoer van voedingsstoffen en afbraakstoffen.  Het kamerwater wordt aangemaakt door het corpus ciliare en stroomt dan via de pupil van de achter naar voorkamer. Daar bevindt zich in de kamerhoek een klein kanaal dat het kamerwater opneemt en afvoert naar de bloedbaan.  Er vindt dus een continu proces van aanmaak en afvoer van kamerwater plaats.
Zoals bovenstaand uitgelegd heeft elk oog een zekere oogdruk.
De hoogte van de oogdruk is afhankelijk van de balans tussen aanmaak en afvoer van kamerwater. De gemiddelde oogdruk in bevolking bedraagt 16 mmHg.  Zoals voor veel maten geldt (bloedsuiker, bloeddruk, cholesterolgehalte enz.) geldt ook voor de oogdruk dat deze een zekere spreiding in de bevolking kent.  In het verleden is afgesproken dat een normale oogdruk (normaal in de zin véél voorkomend) varieert van 10 tot 22 mmHg. Daarnaast geldt voor een individueel persoon dat de oogdruk gedurende dag schommelingen kan vertonen. 
Bij glaucoompatiënten kunnen deze schommelingen veel groter zijn.