Behandeling

De meest voorkomende vormen van glaucoom zullen eerst behandeld worden oogdruppels.  Daarna kan een laserbehandeling of een microchirurgische behandeling.
De verschillende therapieën worden hier kort besproken:

Medicijnen

Glaucoommedicatie wordt meestal gegeven in de vorm van oogdruppels. 
Zij kunnen op twee manieren hun effect uitoefenen: door het verbeteren van de afvoer van de kamerwater of door het verminderen van de aanmaak ervan.
In vele gevallen kan medicamenteuze therapie van het glaucoom voor vele jaren de oogdruk op niveau houden waarbij geen verdere schade optreedt.  Oogdruppels komen voor in verschillende sterktes en combinaties.  Over het algemeen zal de oogarts de geringste hoeveelheid en concentratie medicijnen gebruiken met het beste resultaat en de minste bijwerkingen.


Glaucoommedicatie kunnen ook gegeven worden in de vorm van:

- zalf
- tabletten
- capsules

Soms kunnen er ook bijwerkingen optreden:
- de oogdruppels kunnen een prikkend gevoel geven in het oog
- het zicht kan wazig of donker zijn
- kunnen pijn veroorzaken in en rond het oog
- hoofdpijn
- rood oog
- Het is mogelijk dat de medicatie andere delen van lichamen beïnvloeden nl. 
• Maagklachten en verminderde eetlust
• Tintelingen
• vermoeidheid
Niet alle geneesmiddelen hebben alle genoemde bijwerkingen, deze verschillen per soort medicijn.


Sommige oogdruppels kunnen aanleiding geven tot benauwdheid.  Daarom is het van belang dat patiënten die tevens last hebben van astma of van hartklachten, dit melden aan de oogarts, zodat deze daarmee rekening kan houden bij de keuze van het medicament.

Oudere patiënten en hun familie moeten erop letten dat sommige medicijnen veranderingen in gedrag en activiteit kunnen veroorzaken.  Gelukkig komen deze bijwerkingen niet zo vaak voor, maar toch is belangrijk om er attent op te zijn en er met de behandelend oogarts over te spreken, zodat deze zonodig andere medicijnen  kan voorschrijven.

Het is heel belangrijk om de medicijnen inderdaad het voorgeschreven aantal keren per dag toe te dienen.  De juiste tijd komt niet op een kwartier of een halfuur, maar het aantal keren is belangrijk.   Dit komt doordat de werkingsduur van medicijnen zeer verschillend kan zijn. 


Hoe kunt u het best de oogdruppels toedienen?

Voordat deze techniek besproken wordt, is het nodig iets te zeggen over de opname van de druppels in het lichaam.
Zojuist is besproken dat de oogdruppels ook invloed kunnen hebben op andere delen van lichaam.
Uiteraard willen we proberen deze effecten tot het minimum te beperken.  Daarom is het nodig de oogdruppels zoveel mogelijk in het oog te laten inwerken.
Als u de druppel in het traanvacht laat vallen, dan wordt hij met de tranen via het traanbuisje afgevoerd naar de neus. 
Het medicijn dringt daar makkelijk door het keel-en neusslijmvlies heen en wordt in de bloedbaan opgenomen, waardoor de werking elders in het lichaam kan plaatsvinden.  Tevens is het medicijn daardoor uit het oog verdwenen en kan het zijn werk niet verrichten.


Hoe de oogdruppels toedienen?

- Hoofd iets achterover houden
- Onderste ooglid naar voren trekken waardoor u een kuiltje maakt
- Druppel in het kuiltje laten vallen
- Het ooglid sluiten
- Ooghoek aan de neuszijde ca 2 min. dichtdrukken

Wanneer verschillende soorten oogdruppels ingedruppeld moeten worden op hetzelfde tijdstip, kan men het beste enige minuten tussen het toedienen van deze oogdruppels laten verlopen.

Laserbehandeling

Er zijn verschillende vormen van laserbehandelingen.
Een laser is een smalle maar zeer krachtige lichtstraal, waarmee men uiterst kleine wondjes of gaatjes kan maken.

Bij primaire openkamerhoekglaucoom wordt de laserbehandeling gebruikt om de openingen van het filter waardoor het vocht het oog verlaat, te vergroten.
Dit wordt gedaan met behulp van  een contactglas waarin zich een spiegeltje bevindt, waardoor de lichtstraal van de laser de kamerhoek kan bereiken.
Er worden kleine wondjes gemaakt in de buurt van de filter.  Deze wondjes vormen een klein litteken, dat samentrekt en daardoor de rest van de filter opentrekt.
Voor de laserbehandeling wordt het oog plaatselijk verdoofd met behulp van druppels.
De patiënt ziet telkens een lichtflits en voelt misschien iets prikken maar meestal is de behandeling pijnloos en duurt deze slechts 5 à 10 min.
Het oog kan nadien licht geïrriteerd zijn en het is verstandig om de dag van de laserbehandeling rustig aan te doen.
Omdat de oogdruk kort na de behandeling kan oplopen wordt een extra druppel gegeven voor en na de behandeling om deze drukstijging tegen te gaan.
Het uiteindelijk resultaat is pas na enkele weken te stellen.
Deze vorm van behandeling heeft enorm weinig bijwerkingen.

Laserbehandeling kan ook worden uitgevoerd bij het acute of chronische afgesloten-kamerhoekglaucoom.
Dan wordt met de laser een gaatje in de iris gemaakt (iridotomie) waardoor de verbinding tussen de achterste en voorste oogkamer wordt hersteld.

Microchirurgie

Er zijn verschillende microchirurgische ingrepen voor de behandeling van glaucoom.
De meest voorkomende is de zogenaamde filterende operatie.
Hierbij worden openingen gemaakt in de kamerhoek en in de iris waardoor het kamervocht gemakkelijker de voorste oogkamer kan bereiken en zich van daaruit kan verspreiden onder de buitenste lagen van het oog, om tenslotte in het bloed te worden opgenomen.

Microchirurgie voor glaucoom kan bij volwassen meestal onder plaatselijke verdoving plaatsvinden.  Bij sommige jong volwassen en bij kinderen  zal de operatie onder narcose worden uitgevoerd.  De operatie gebeurt met behulp van een sterk vergrotende operatiemicroscoop.
Het uitvoeren van de operatie kan via een korte opname of poliklinisch gebeuren.
De operatie vereist een nauwkeurig en frequente nacontrole. Na de operatie treedt een herstelperiode is van enkele weken, waarbij het zien wat minder kan zijn .  Het grote probleem bij deze operatie is dat het lichaam de neiging heeft om de aangebrachte opening in de kamerhoek weer dicht te maken (littekenweefsel) terwijl die juist open moet blijven.  Tegenwoordig worden in toenemende mat stofjes gebruikt die deze litteken vorming tegen gaan.  De eerste maanden zijn meestal beslissend voor het open blijven van de opening.   Daarom zijn zorgvuldige controles na de operatie belangrijk.
Soms is het nodig om na de operatie het oog te masseren, waarbij het kamerwater door de opening onder de buitenste laag van het oog wordt gedrukt.  Dit kan ook helpen om de opening open te houden.
Na de operatie kan de patiënt over het algemeen weer zijn normale activiteiten hervatten. Slechts enkele dingen moeten gedurende de eerste 4 tot 6 weken vermeden worden, zoals zwemmen, autorijden en zware oefeningen.
Zoals iedere operatie kan ook de glaucoommicrochirurgie tot complicaties leiden. Bij het stellen van de indicatie voor een operatie wordt hiermee rekening gehouden.